Jjaja Bbanga

Mariëtte en Jorien hebben in 2011 de tropenopleiding gevolgd in het Havenziekenhuis in Rotterdam. Als eindopdracht hebben zij een exploitatie voorstel geschreven om een in aanbouw zijnde kliniek operabel te maken. Toen zij eind 2011 in Oeganda waren om de inmiddels gearriveerde pallets vol met medische goederen en kleding te distribueren en de inmiddels gebouwde kliniek bezochten, werd hen gevraagd om te helpen met het opstarten hiervan. Zij besloten ter plekke om in 2012 terug te komen om hier gehoor aan te geven. Zij bezochten tevens de ‘traditional birth attendant’, de plaatselijke ‘vroedvrouw’, die het leiden van bevallingen van haar moeder heeft geleerd.
Opstarten kliniek in de bush van Oeganda
De moeder- en kindsterfte is nog erg hoog in Oeganda. In het binnenland bevallen de vrouwen bij plaatselijke ‘vroedvrouwen’, die het leiden van bevallingen van hun moeder hebben geleerd. Hygiëne is vaak ver te zoeken en als de natuur een handje geholpen moet worden, gaat het meestal mis. Ook sterven veel vrouwen door nabloedingen, waar men geen raad mee weet. Eén van de millenniumdoelen is het terugbrengen van de moedersterfte, en dit is eigenlijk eenvoudig te verwezenlijken door de zwangeren onder goede begeleiding te laten bevallen. Door een Nederlands bedrijf is er een prachtig gebouw neergezet in Ngoma, wat dienst gaat doen als Health Center III. Dit betekent, dat hier vooral bevallingen zullen plaatsvinden, maar dat de bevolking hier ook terecht kan voor poliklinisch bezoek aan een arts en zelfs voor opname gedurende een paar dagen. Mariëtte is 4 maanden in Oeganda geweest om deze kliniek te helpen inrichten en opstarten. Zij is afwisselend bijgestaan door haar dochter Jorien, collega Ria Sneekes en collega Anneke Tigchelaar. Bij aankomst in maart vonden zij een nog leeg gebouw. Wel was er naast de kliniek een latrine, placentaput en ‘staffquarters’ in aanbouw. Nadat eindelijk de container uit Nederland, met daarin oa de bedden, zonnepanelen en andere spullen, was vrijgegeven, hebben zij de kliniek ingericht.
In deze kliniek is geen operatieafdeling aanwezig. Dus bij bevallingen die toch dmv een keizersnede moeten gaan plaatsvinden, moeten de vrouwen vervoerd worden naar de dichtstbijzijnde kliniek met OK. Dit gaat voor het grootste gedeelte over een onverharde weg, die in de regentijd slecht berijdbaar is. In Nederland heeft de stichting actie gevoerd om een auto te kunnen bekostigen. Deze hebben zij in Oeganda aangeschaft, een four wheel drive auto, die zij hebben laten bouwen tot een ambulance
Met het overige geld, dat zij hebben gekregen, hebben zij de zonnepanelen op het dak laten installeren, zodat de kliniek over elektriciteit kan beschikken. Ook hebben zij 2 grote watertanks laten bouwen met een capaciteit van elk 25.000 liter. Er zijn dakgoten geïnstalleerd en binnen zijn er wastafels, kranen en afvoer gerealiseerd. Buiten hebben zij een septic tank en een verbrandingsoven laten bouwen voor het veilig verwerken van het afval. Na een gedeelte van de ‘staffquarters’ te hebben bekostigd, is de rest van het geld besteed aan de aanschaf van medische instrumenten en spullen. Ook hebben zij gezorgd voor de eerste aanschaf van de medicijnvoorraad. In deze tijd zijn er 4 Oegandese personeelsleden aangenomen, te weten een klinisch officer (basisarts), verpleegkundige/verloskundige, verpleegkundige en laborante, die de kliniek zullen opstarten. Helaas aan het einde van de 4 maanden vrijwilligersperiode was de kliniek nog niet geopend.
Maar dit is inmiddels wel gebeurd en de eerste baby’s zijn geboren!
In deze vier maanden bouwden zij met de bevolking een goed contact op. Samen organiseerden zij een kledingmarkt en deden zij verschillende outreaches. In de laatste week van hun bezoek hier zochten ze de mensen thuis op om over de kliniek te vertellen.